Eindpresentatie!

We hebben inmiddels onze eindpresentatie gehouden.

We gingen met een heel prettig gevoel de presentatie in, omdat we alles ruim van tevoren af hadden. Geen stress oid dus. Dat heb ik (Malou) nog niet zo vaak meegemaakt. De samenwerking liep in het begin niet zo lekker, maar na 'het' conflict ging het naar mijn mening perfect én vanzelf. De communicatie verliep daarna prettig, er waren geen struikelblokken en geen irritaties.

even een update

Even een update....

 We zijn ondertussen bijna toe aan de eindpresentatie (over 8 dagen), en we hebben alles in grote lijnen af.

Dat wat we nog af moeten maken, hebben we goed verdeeld, en we zijn ook goed op de hoogte van wie wat doet en wie wat gedaan heeft.

 

We hebben er alle vertrouwen in dat het goed gaat komen, die donderdag in de toetsweek!

Actielijstje Malou

'Actielijstje'
- Onderzoekje naar bruikbare ontwerpmethoden voor onderwijs en naar ontwerpeisen voor webquest. (+juiste verslaggeving)
- Onze 'perfecte' bruikbare ontwerpmethode/ didactisch model ontwikkelen. (+juiste verslaggeving , Steehouder)
- Checklist webquest
- Maken van de webquest
Toetsweek: presenteren uitkomsten van onderzoek naar de ontwerpmethode en de ontwerpeisen.
Vraag: wat is het verschil tussen punt 1 en punt 2?

Petra's gevonden eisen van een weblog

·       Inleiding

Waar gaat het over
In het Engelstalige model wordt dit onderdeel "introduction" genoemd. Het doel van de inleiding van de webopdracht is tweeledig.

  1. De leerling te laten oriënteren van wat hem te wachten staat;
  2. Door op verschillende manieren de interesse van de leerling op te wekken. Dat kun je doen door de opdrachten:

aan te laten sluiten bij de beginsituatie van de leerling.

relevant te laten zijn voor de uiteindelijke doeleinden van de leerling.

er attractief te maken en visueel interessant te maken

belangrijk voor te laten komen, alsof er bijvoorbeeld iets van af hangt.

leuk te maken, door de leerling een rol te geven of iets te laten maken.

Vooral deze laatste twee elementen zijn belangrijk en moeten in de inleiding staan.

 

 

 

 

 


Opdracht

Wat moeten we doen ?
Het doel van het maken van de webopdracht zoals we hier bedoelen is om de kinderen naar hoger niveau van denken te brengen.
Het maken van een webopdracht begint natuurlijk met het kiezen van een onderwerp. Ga bij jezelf (of curriculum) na welk onderwerp je voor de kinderen zou kunnen kiezen. Je kunt natuurlijk aansluiten bij de lesstof of bijvoorbeeld als alternatief gebruiken voor het traditionele werkstukken maken. Je moet natuurlijk wel aansluiten bij de belevingswereld, maar tegelijkertijd een échte uitdagende opdracht bedenken.

Daarna begint voor jou het zoeken naar bronnen op Internet die goede informatie bieden over het gekozen onderwerp. Het is heel handig om die gevonden links niet alleen aan de favorieten toe te voegen, maar ook even te kopiëren naar bijvoorbeeld "kladblok", met de naam van de site erbij. Dit zoeken naar links kan ook door oudere leerlingen worden gedaan. Zorg wel dat je minstens vijf websites gevonden hebt die ook echt bruikbaar zijn voor de kinderen. Je moet daar toch wel kritisch op zijn.

Hierna moet er bij elke bron minstens één vraag worden gemaakt, die betrekking heeft op het onderwerp. Je kunt die vragen even in "kladblok", in "Word" of rechtstreeks in een web-editor typen.

Daarna volgt het bedenken van een goede, aansprekende opdracht voor de kinderen. Een goede opdracht voldoet aan de volgende eisen:

Het moet passen binnen de huidige leerstof.

Het moet (op zijn minst) goed gebruik maken van internet.

Het moet de leerling aanzetten tot een hoger niveau van leerstofverwerking en dus geen training zijn in automatismen.

Het moet nieuwsgierige interesse opwekken bij de leerlingen.

Het moet (zou) eigenlijk een stuk(je) leerstof (kunnen) vervangen/aanvullen waarover je niet tevreden bent.

Er zijn allerlei opdrachten mogelijk

een probleem oplossen

een standpunt innemen of verdedigen

iets tastbaars maken

bepaalde dingen moeten met elkaar vergeleken worden

zaken sorteren volgens bepaalde regels of zelf de sorteerregels laten samenstellen

een samenvatting maken

met de juiste redenen iemand overtuigen

iets creatiefs maken

een presentatie geven

alles waarbij van de leerlingen gevraagd om informatie te categoriseren, te structureren, op volgorde zetten, enz.

Bovenstaande werkvormen kunnen afzonderlijk maar ook gecombineerd de leerlingen aanzetten tot zeer gemotiveerd werken.

·       Verwerking

Hoe moeten we het doen
Dit onderdeel van de webopdracht beschrijft hoe de leerling zijn taak moet aanpakken. Hier moet in logische stappen, met goede info-bronnen en met de juiste "gereedschappen" de gevonden informatie verwerkt worden.

Welke stappen moet de leerling zetten om de opdracht te volbrengen? Gebruik bijvoorbeeld een genummerde lijst. Elke web-editor en ook Word is in staat om automatisch een genummerde lijst aan te maken. Het helpt de leerling gestructureerd te werken.

Werk dit onderdeel goed uit, want met een helder stappenplan is de leerling het meest geholpen. Laat geen misverstanden ontstaan over de bedoeling van elke stap in dit onderdeel. Hoe gedetailleerder en zorgvuldiger de beschrijving is opgesteld, hoe beter het is. Vage opdrachten en onduidelijke aanwijzingen zijn de beste ingrediënten voor een zekere mislukking.
Een goed uitgewerkt "verwerkings"-sectie komt niet alleen dat ten goede aan de leerling, maar ook aan andere leerkrachten. Zij kunnen dan snel zien wat de bedoeling is, maar kunnen ook de webopdracht (indien nodig) makkelijker aanpassen naar hun eigen situatie.

Houd in het achterhoofd dat heel dit "verwerkings"-onderdeel voor de leerling is bedoeld. Let dus op het taalgebruik. Centrale afspraak is ook dat je de leerling steeds aanspreekt in de tweede persoon enkelvoud. Bijvoorbeeld:

  1. Je bent één van de drie leden van een team, .....
  2. Wanneer je eenmaal je rol hebt uitgekozen, .....
  3. Je moet (samen met 2 anderen) gaan uitzoeken of .....

In dit blok kun je ook aanwijzingen geven hoe de leerlingen de verzamelde informatie moeten verwerken/organiseren. Ook kun je bijvoorbeeld een soort vragenlijst toevoegen waarmee de leerling de informatie kan analyseren. Maar het kan ook een controle die de leerling kan gebruiken om te zien of hij alles gedaan heeft. 

 


·       Infobronnen

Waar kunnen we het vinden ?
In de Engelstalige versie wordt dit onderdeel "resources" genoemd. Bij het verzamelen van bronnen zorgt de leerkracht (of een oudere leerling!) voor een aantal bronnen op Internet die hij zelf heeft verzameld en deze opneemt in de web-opdracht. Niets is teleurstellender dan een zoektocht van een paar uur, waarbij de leerling niets bruikbaars heeft gevonden.
Er moeten om de leerling genoeg keus te geven meer dan vijf bruikbare "links" aangegeven zijn, maar meer is beter.

Het mes snijdt hier aan diverse kanten.

Ten eerste raakt de leerling gemotiveerd door het vinden van informatie.

Ten tweede bespaart het veel tijd, omdat de leerling niet doelloos rondzwerft over het web en ook niet afgeleid wordt door al die andere interessante zaken die hij of zij tegenkomt.

Bovendien kun je nog ten dele voorkomen dat ze op volkomen “foute” sites terecht komen. Zo’n lijst met links is het resultaat van veel speurwerk en dient goed bewaard te worden, omdat het in feite van onschatbare waarde is.

Alhoewel Internet als hoofd-informatiebron gebruikt zal worden, mogen natuurlijk ook andere informatiebronnen gebruikt worden. Boeken uit (school)bibliotheek, documentatiecentrum, enz. mogen er ook aan te pas komen.

 

 


·       Beoordeling

 

Waaraan moet het gemaakte werk voldoen ?
Dit onderdeel van de webopdracht vertelt de leerling welke eisen aan het werk gesteld zal worden. Bij het opstellen van de webopdracht moeten verschillende dimensies van leren verweven zijn. Bij de beoordeling komen deze ook weer aan de orde.

Kies een aantal leer-dimensies die van belang zijn.

Probeer criteria op te stellen voor elk beheersingsniveau per dimensie.

Dit is een belangrijk onderdeel, want hier onderscheidt de webopdracht zich van het traditioneel punten of woordbeoordeling geven.
Je kunt bij het opstellen van beoordelingscriteria bijvoorbeeld letten op:

 

Als
de opdracht het volgende element bevat:

Dan
kun je op de volgende items letten:

Mondelinge presentatie

Gebruik van de stem
Lichaamstaal
Grammatica en uitspraak
Organisatie

Powerpoint-, overhead-, bordpresentatie of iets dergelijks

Technische kwaliteit
Visuele aantrekkelijkheid
Grammatica en spelling

Geschreven producten

Grammatica en spelling
Organisatie
Uitvoering

Creatieve producten

Verrassend, nieuw
Technische kwaliteit
Passend bij het genre

Samenwerking

Overleg
Verantwoordelijkheid nemen
Conflict oplossend

Ontwerp

Effectieve oplossing
Creatieve oplossing
Verantwoording van de oplossing

Overtuiging

Kwaliteiten van de argumenten
Inspelen op het publiek / lezer
Organisatie en volgorde

Analyse

Verzamelde gegevens en wijze van analyseren
Gevolgtrekking

Beoordeling

De goede elementen betrokken
De goede volgorde van criteria hanteren

Samenvatting

Selectie criteria
Organisatie

Journalistiek

Stiptheid
Organisatie
Volledigheid

Vanzelfsprekend moeten de eisen overeenkomen met de opdrachten die gegeven zijn. Geef ook aan of het werk individueel of als groep beoordeeld zal worden. Voor alle opdrachten bij elkaar kunnen 100 punten verdiend worden. De opsteller van de web-opdracht bepaald in principe zelf hoe de puntenverdeling is. Daardoor kan de leerkracht de leerling al een bepaalde sturing geven, want wanneer de leerling ziet dat er bij een bepaald onderdeel veel punten te verdienen zijn, dan zal zijn aandacht hier automatisch meer op gericht zijn.

De beoordeling wordt vaak in een matrix-vorm gegeven, maar dat is geen noodzaak. De tabel ziet er qua indeling meestal zo uit en is slechts een voorbeeld.  De leermomenten staan van belangrijk naar minder belangrijk verticaal opgesomd in de linkerkolom. Het meest belangrijkste leer-onderdeel staat dus in de bovenste regel.

 

beginner

niet slecht

goed

perfect

opdracht 1

(bijv. presentatie)

maximaal .. punten

Het leek wel of de presentatie nauwelijks  was voorbereid.
Er weinig tot niets gebruikt om te laten zien. Het was verwarrend en moeilijk om te volgen.

Hier en daar was de presentatie rommelig. Je had meer dingen moeten laten zien. 
Sommige zaken die zijn besproken waren niet ver genoeg uitgediept.

De presentatie zag er keurig verzorgd uit. Toch had je wat dieper op het onderwerp in moeten gaan.

De presentatie was duidelijk en goed te begrijpen. De presentatie was informatief, overtuigend, creatief, en gebruikte alle onderdelen van het project.

opdracht 2

(bv. de werkbladen)

maximaal .. punten

Van het info-werkblad klopt niet veel. Er zijn veel te weinig plaatjes (als er al zijn).

De informatie op de werkbladen werkblad is niet overal correct. Ook te weinig plaatjes gebruikt.

Het werkblad ziet er op het eerste gezicht goed uit. Hier en daar zitten er kleine foutjes in.

De informatie op de werkbladen is correct met goede omschrijving en bruikbaar.
Ook tekeningen, plaatjes, enz. worden goed gebruikt, zodat alles nog duidelijker wordt.

opdracht 3

(bv. stellen/spellen)

maximaal .. punten

Heel veel spellingsfouten en slecht lopende zinnen.

Sommige woorden zijn verkeerd gespeld of verkeerd gebruikt. Ook kloppen hier en daar de zinnen niet.

Bijna foutloos. Hier en daar maar kleine foutjes gemaakt.

Geen spelfouten en de zinnen en alinea's kloppen. Punten, komma's, hoofdletters, het klopte allemaal.

Het komt ook regelmatig voor dat er i.o.v. 4 kolommen maar 3 beoordelingskolommen zijn.

De meest praktische manier van werken bij het opstellen van beoordelingscriteria is te beginnen bij de kolom perfect. Hoe zou de meest perfect "uitkomst" er uit moeten zien? Beschrijf kort en helder aan welke criteria voldaan moet zijn om de maximum score voor dit onderdeel te krijgen.
Als dat eenmaal bepaald is, dan komt de een-na-laatste kolom aan de beurt. Zo vul je elke cel van de beoordelings-matrix.

 

 


·       Afsluiting

 

Wat hebben we geleerd ?
In dit onderdeel wordt opgesomd wat de leerling heeft bereikt of heeft geleerd als hij de opdracht goed heeft uitgevoerd. Het gaat daarbij dan natuurlijk niet alleen over de opgedane feitenkennis, maar het kan ook gaan over bepaalde soorten samenwerkingsactiviteiten, wijze van presenteren, enz.
Het verdient de aanbeveling tegelijkertijd de leerling aan zelf-reflectie te laten doen.

Je kunt hier ook nog een extra (retorische) vraag en links toevoegen, die de leerling misschien uitdagen om zich nog verder te verdiepen in de opdracht.

Door deze opdracht heb je geleerd om:

Samen te overleggen over de te verdelen taken. Dus wie doet wat.

Via internet een museum te bezoeken, maar een echt museum bezoeken is natuurlijk veel leuker.

Samen een kunstwerk uit te kiezen en er met elkaar er over te praten.

Een kort verslag van de webopdracht te maken.

Een eigen kunstwerk te (na)maken.

 

 


·       De leerkracht

 

achtergrondinformatie

Hier wordt specifieke informatie geplaatst speciaal bestemd voor de leerkracht. Elke web-opdracht moet voorzien zijn van achtergrondinformatie voor de leerkracht.  Voor leerkrachten is het handig dat "hun" pagina standaard informatie geeft. Sinds maart 2004 wordt daarvoor de volgende

Ontwerpmethode Malou

 

Iedere WebQuest bestaat uit 7 onderdelen volgens een vaste indeling en volgorde:

 

  1. Inleiding (introduction)

     

De auteur van een webquest probeert in de inleiding de leerling die de webquest gaat uitvoeren "te pakken" voor het onderwerp. Hij probeert op een slimme manier de aandacht naar de webquest te trekken. De leerling maakt kennis met het onderwerp en krijgt in veel gevallen hier een rol toebedacht.

 

  1. Opdracht (task)

     

Leerlingen kunnen in een Webquest op verschillende manieren aan het werk gezet worden. Een goede opdracht is uitdagend, motiverend en haalbaar. De opdracht is hét belangrijkste onderdeel van een WebQuest. In de Engelstalige versie heet dit onderdeel "task".

 

  1. Werkwijze (process)

     

In dit onderdeel van de webquest leest de leerling hoe hij de opdracht moet uitvoeren. Het is de bedoeling dat de leerkracht zo weinig mogelijk extra werk heeft aan begeleiding van de leerling.

In een duidelijke stap-voor-stap beschrijving moet de leerling kunnen zien op welke manier het product tot stand moet komen.

De webquestmaker zorgt ervoor dat de leerling genoeg handvatten krijgt om zoveel mogelijk zelfstandig de taak uit te voeren. Indien nodig stelt hij te downloaden documenten beschikbaar die de leerling kan gebruiken, kant-en-klare landkaartjes, schema's die ingevuld kunnen worden, enz.

 

  1. Informatiebronnen (resources)

     

WebQuests gebruiken vooral internetbronnen, maar ook meer traditionele informatiebronnen zijn toegestaan.

De kracht van een webquest is, dat de auteur diverse websites heeft uitgezocht die de leerling meteen kan gebruiken. Die sites zijn beoordeeld op leesbaarheid en bruikbaarheid op het niveau van de leerling.

Doordat de leerling kant-en-klare, aanklikbare weblinks krijgt toegespeeld, hoeft hij niet zelf te gaan zoeken op internet. Wanneer de leerling zelf op zoek moet gaan, dan verdwaalt deze vaak op internet of komt op sites terecht die totaal niet geschikt zijn.

  1. Beoordelingsschema (evaluation)

     

In veel Engelstalige WebQuests wordt de beoordelings- en terugblikpagina als één onderdeel gezien. Bernie Dodge is daar geen voorstander van. Hij ziet liever dat deze twee onderwerpen apart in de webquest worden vermeld.

Op de beoordelingspagina zijn de criteria opgenomen waaraan het product van de leerling moet voldoen. Niet alleen moeten de items worden aangegeven waar naar wordt gekeken, maar ook aan welke eisen elk onderdeel moet voldoen.

Per beoordelingsonderdeel wordt een aantal punten uitgedeeld. De auteur bepaalt hoe de verdeling is. Vaak wordt in tabelvorm deze criteria op een rijtje gezet en wordt daar ook de puntenverdeling in aangegeven.

Niet alleen het concrete eindresultaat wordt aan de beoordeling onderworpen, maar de wijze van samenwerking, taakverdeling kan ook een onderdeel van beoordeling zijn.

Deze pagina is ook weer één van de krachtige (webquest)instrumenten. Immers de leerling weet vooraf waaraan zijn werk moet voldoen. Hij kan ook zien wel onderdeel lichter of juist zwaarder door de docent zal worden gewogen. De leerling kan daardoor afwegingen maken aan welk onderdeel hij de meeste aandacht zal besteden.

 

  1. Terugblik (conclusion)

     

Dit is meestal een korte pagina. Hier beschrijft de auteur wat de leerlingen hebben geleerd als ze de WebQuest tot een goed einde hebben gebracht.

Mogelijk dat hier een suggestie wordt gedaan voor verdieping door middel van een vervolgopdracht.

 

  1. Leerkracht (teacherpage)

     

Dit pagina is in principe alleen bedoeld voor de leerkracht die de webquest in wil zitten. Op deze pagina staat informatie over:

- Onderwerp
- Leerdoelen
- Schooltype en -niveau
- Vakgebied
- Wat het eindproduct van de webquest wordt
- Extra aanwijzingen
- Indien nodig, te downloaden documenten
- Wie de WebQuest gemaakt heeft
- En in sommige gevallen leerlingvoorbeelden.

 

Antwoorden op de concrete stappen die we hebben ondernomen (28 sept)

1.                  ICT in het onderwijs is in het begin misschien tijdrovend om te gebruiken, maar na verloop van tijd verdwijnt dat nadeel en blijven er alleen voordelen over. Enkele voordelen zijn: leerlingen die meer gemotiveerd zijn omdat ze het minder saai vinden, directe controle of het antwoord goed of fout is in veel gevallen, mogelijkheid om uitleg van de standaardvragen op te nemen in de computer waardoor leerlingen (een FAQ aanmaken).

De communicatie tussen docent en leerling kan minder persoonlijk zijn, wanneer de docent achter het bureau gaat zitten en verder niets doet, maar in veel gevallen komen leerlingen met specifiekere vragen.

 

2.                  Het ideaalbeeld dat ik (Petra) heb van ICT in het onderwijs, is dat het een ondersteunende functie heeft. Het moet geen leidende functie gaan krijgen, waardoor een lesmethode overbodig wordt, maar het moet een goede manier zijn om oefeningen te maken en om ze te controleren, naast een bron van informatie voor leerlingen.

Op dit moment heb ik nog niet kunnen onderzoeken wat er nog niet is en wat ik / wij van essentieel belang vind(en).

 

3.                  ICT-gebruik in het onderwijs zorgt voor een taakverlichting van de docent (bijvoorbeeld bij oefeningen waarbij leerlingen direct kunnen controleren of hun antwoord goed is of bij uitleg die al duidelijk op een pagina staat)

 

4.                  De meerwaarde van een webquest is in mijn ogen dat ook hierbij de taak van de docent verlicht wordt. (de leerling ziet de duidelijke opdracht staan in plaats van dat dit door de docent wordt meegedeeld) Het is prettig om bijvoorbeeld websites ook op de computer aan te kunnen klikken in plaats van dat het hele adres van papier overgenomen moet worden, waarbij veel sneller fouten gemaakt kunnen worden.

 

5.                  De meerwaarde van onze webquest kan ik nu nog niet bepalen (3 oktober 2006) omdat we nog geen webquest hebben.

 

6.                  Ons beoordelingsmodel zal – als het aan mij ligt – veel overeen komen met het DA-model dat op de Hogeschool Utrecht veel gebruikt wordt. Toch zitten er enkele dingen aan die ik (Petra) anders zou willen.

Zo wil ik graag beginnen met het thema, waarna ik de beginsituatie van de leerlingen, algemeen lesdoel en concrete lesdoelen graag in mijn model zou willen. De Hogeschool Rotterdam heeft een ander analysemodel waarbij dit ook voorkomt.

 

7.                  Allereerst definities van de woorden efficiënt en effectief. (www.vandale.nl)

ef·fi·ci·ënt (bn.)

 

1 groot, nuttig effect hebbend => doelgericht, doelmatig, functioneel, gericht, praktisch; <=> inefficiënt

 

ef·fec·tief (bn.)

 

1 werkelijk, wezenlijk

 

2 doeltreffend <=> ineffectief

 

3 [Belg.] (van gevangenisstraffen) onvoorwaardelijk

 

 

In mijn ogen kunnen we efficiënt en effectief een webquest ontwikkelen door eerst te kijken naar bestaande webquests, en hierover moeten we dan onze mening vormen (wat vinden we goed, wat vinden wij dat verbeterd kan worden, enz.) hierna gaan we kijken naar de eisen die wij aan een webquest stellen, waarna we ook bedenken welk onderwerp we zouden willen hebben voor onze quest.

 

 


Beoordelen van een ICT-toepassing naar keuze

 

Bij deze opdracht heb ik gekozen om de website www.airportcijfers.net te bekijken.

Dit is de website met de cijfers en roosters van de leerlingen van het ROC van Amsterdam Airport te Hoofddorp, mijn huidige leerwerkplek.

 

Allereerst de banner boven in het scherm:

Blijf per e-mail op de hoogte van wijzigingen op deze website.
Klik hier om je daarvoor op te geven.

Ik vind het goed dat dit aangeboden wordt op de website, leerlingen hoeven op deze manier niet alle roosterwijzigingen langs te lopen, omdat ze in een de link bij de aanmelding ook aan moeten geven voor welke klas(sen) ze de roosterwijzigingen willen ontvangen. De afkortingen / namen van de klassen zijn voor onbekenden met de school niet te begrijpen, maar een leerling die de opleiding Luchtvaartdienstverlening doet (LDV) heeft allereerst een D staan. Hierna het jaar, jaar 1 bijvoorbeeld, en dan kan de leerling kiezen voor roosterwijzigingen voor 0506 of voor 0607, waarbij dat laatste natuurlijk gekozen wordt.

Op eenzelfde manier zijn de resultaten van de leerlingen via de homepage ook te raadplegen.

Wanneer bijvoorbeeld “D1 0607” geopend wordt, krijg je in Microsoft Excel een bestand waarbij 10 bladen zijn ingesteld, ieder met alle leerlingen van één klas.

Ook staat in hetzelfde blad als waarin alle namen van de leerlingen staan de naam van de SLB’er.

 

Alleen met “vorige” kun je terug naar de homepage, want de cijferlijst opent in hetzelfde venster al waar je al in staat met airportcijfers (tenzij je met de rechtermuisknop aanklikt dat je het in een nieuw scherm wilt openen)

Wanneer je “D1 0506” aanklikt, zie je ook resultaten van de leerlingen. Hierbij is het hokje van een onvoldoende cijfer grijs gemaakt, en is het gemiddelde ook grijs gemaakt wanneer dit een onvoldoende is. Boven in het scherm is te zien voor welke vakken de leerlingen de cijfers gehaald hebben. Ook zijn bijvoorbeeld bij Nederlands en bij de vakken gegeven door de docent met als afkorting VERI de gemiddeldes te zien wanneer je naar beneden scrollt.

Tussen de bovenste banner (waar je je aan kunt melden voor de roosterwijzigingen) en de resultaten van de klassen / leerlagen, staat nog een aantal links.

 

De eerste regel, met roosterwijzigingen samengevoegd, is heel handig, gezien je op afdeling (HAL, LDV, TDV, VT) kunt selecteren. Luchtvaartdienstverlening, de afdeling waar ik in werk, is bijvoorbeeld LDV.

Ook is het jaaroverzicht te zien, en zijn de roosters van de klassen en docenten op te vragen.

Hierbij is ook bij de leerlingen weer bekend welke klas zij moeten hebben. De afkortingen van de docenten zijn opgebouwd uit de eerste twee letters van de achternaam, gevolgd door de eerste twee letters van de voornaam. (in mijn geval dus VRPE)

Wanneer een leerling de achternaam van een docent wel weet, maar de voornaam niet, is het dus lastig zoeken naar een docent in het lijstje, er staat namelijk niet vermeld van wie welke afkorting is.

Dat vind ik wel een nadeel, want in mijn geval kan ik ook wat lastiger roosters opzoeken van collega’s van wie ik bijvoorbeeld alleen de voornaam weet. (ik heb wel via via een lijst gekregen met afkortingen en dan de voor- en achternaam erbij, maar die heb ik niet altijd bij de hand op het moment dat ik het rooster raadpleeg)

Wat wel erg prettig is, is de mogelijkheid om een e-mail te sturen naar het cijferbureau of het roosterbureau.

Waarmee we bezig zijn

Petra heeft inmiddels wel het een en ander gemaakt, maar ze heeft nog niet de mogelijkheid gehad om dit op de weblog te zetten.

Komend weekend (7 en 8 oktober) komt het op de weblog te staan.(dit is omdat Petra de eerst komende dagen geen beschikking heeft over haar materiaal, dat op een andere computer staat)

Daarnaast willen we Femke vragen naar bruikbare ontwerpmethoden voor onderwijs en ontwerpeisen voor een webquest. We willen graag weten hoe de verslaggeving vastgelegd moet worden. Voor de analyse van een ICT-toepassing willen we vragen of we op de goede weg zijn.

 

5 oktober

Vergelijking van de antwoorden op de vragen / punten die we vorige week als actiepunten hadden aangegeven. 

 

Bij punt 3 en 4 (de meerwaarde van ICT en de meerwaarde van een webquest) komt bij Petra duidelijk naar voor dat zij de taakverlichting van de docent een belangrijk punt vind, bij Malou komt meer naar voor dat het voor leerlingen beter werkt. Leerlingen kunnen via internet op elk gewenst tijdstip leren en communiceren.

Petra bekeek het vanuit het standpunt van de leraar en Malou bekeek het vanuit het standpunt van de leerling. Dit was niet afgesproken, maar is toch opvallend.

 

Wat we willen doen?

 

-         (2) Met behulp van het beoordelingsmodel van de site www.webquest.kennisnet.nl willen we ons eigen model gaan samenstellen. We willen punten van het DA-model hierin gaan verwerken, maar houden ons in principe vast aan het eerste stappenplan.

-         (1) We gaan beiden diverse webquests bekijken en beoordelen. Zo krijgen wij een duidelijk beeld van hoe onze webquest er juist niet of juist wel uit moet gaan zien.

Voetnoten/ websites stuk Malou

Onderwijs in de informatiemaatschappij

 

Nieuwe technologieën kennen een veralgemeende aanwezigheid in onze maatschappij. In de beroepswereld zijn ze reeds lang gemeengoed geworden. De PC vindt ook zijn weg in vele huishoudens en de stijgende internetpenetratie geeft hem een nog centralere plaats, o.m. door systemen van elektronisch bankieren en elektronisch winkelen. Kinderen vinden reeds zeer vroeg hun weg naar de nieuwe media via de elektronische spelletjesmarkt die tegenwoordig ook internettechnologie aan hun systemen toevoegen. In het onderwijs breekt de PC echter veel trager door. Nochtans liggen ook hier grote uitdagingen in het verschiet: klassieke onderwijssystemen zullen zeker wijzigingen ondergaan als gevolg van de invoering van flexibele en virtuele leerplatformen. Deze maken het mogelijk om het leerproces asynchroon -en dus meer op eigen ritme van de student- te laten verlopen.

 

Vragen:

 

Didactiek:

 

Is er behoefte aan een nieuwe didactiek? Hoe moet die eruit zien?

 

Welke zijn de verwachtingen op vlak van een ICT-integrerende didactiek? Wie moet een aangepaste ICT-didactiek ontwikkelen? Welke middelen zijn daarvoor noodzakelijk?

 

Vanuit een veranderende visie op leren wordt een constructivistische benadering naar voren geschoven. Welke rol kan ICT hierin vervullen? Kan dit constructivisme enkel bereikt worden door het gebruik van ICT of zijn er ook nog andere? Kan een constructivistisch leren ingang vinden in ons onderwijs terwijl de nodige structuur behouden blijft?

 

Hoe leert men de leerlingen de informatie te verwerken tot kennis?

 

Wat dient de verhouding te zijn tussen algemene basiskennis en kennis door de leerling opgebouwd a.d.h.v. ICT?

 

Hoe kan ICT een bijdrage leveren tot leren leren en onder welke voorwaarden?

 

Hoe informatie verwerken tot kennis: constructivisme versus begeleid leren (belang van de basisvorming en rol van de leerkracht)?

 

Vaardigheden:

 

In hoeverre en hoe kan ICT een rol spelen bij het omgaan met de informatie- of data-explosie in onze samenleving?

 

Welke vaardigheden hebben jongeren nodig om zich te handhaven in deze informatiemaatschappij? Welke daarvan moet de school aanleren? Kan het bedrijfsleven hier een rol spelen? Moeten die vaardigheden vakgebonden of vakoverschrijdend worden aangeleerd? Welke invloed zal het aanleren van die nieuwe vaardigheden hebben op de schoolorganisatie en de participatie aan het schoolbeleid?

 

Staat het ICT-gebruik haaks op de ontplooiing van de sociale vaardigheden van het kind aan? Kan ICT de ontplooiing van de jongeren tot kritische burgers realiseren?

 

Versnelt ICT het proces van informatieverwerking ten opzichte van de traditionele leermethodes?

 

Financieel:

 

Moeten PC/KD-subsidies afhankelijk gemaakt worden van een plan waarin de pedagogische meerwaarde van ICT wordt aangegeven?

 

Welke partners moeten hiervoor verantwoordelijkheid opnemen / samenwerken? Centrale overheid in samenwerking met schoolbesturen? Input vanuit vormingscentra uit de bedrijfswereld? Samenwerking tussen scholen en beroepenwereld? Welke middelen moeten hiervoor worden aangesproken?

 

Acties:

 

Hoe dient de verhouding te zijn tussen ICT-gebruik in school als middel en ICT als doel op zich?

 

Welke acties dienen ondernomen te worden om het veilig internetgebruik te promoten (zie schadelijke content, contact, commerce, copyright, …)? Wie is aan zet en welke middelen zijn daarvoor nodig?

 

Kan afstandsleren (elektronische leerplatforms) in het onderwijs worden ingebouwd? Voor welke niveaus? Voor welke doelgroepen? Op welke wijze en onder welke voorwaarden?

 

Varia:

 

Op welke manier wordt bij de leerlingen een onderscheidend en kritisch vermogen ontwikkeld om zelfstandig een keuze te maken tussen de veelheid en diversiteit aan informatie?

 

Kan ICT de traditionele leermiddelen vervangen of aanvullen?

 

Welke zijn de effecten van ICT-gebruik op jongeren en hoe kan men eventuele negatieve effecten vermijden?

 

Krijgt vakoverschrijdend werken en projectwerk een nieuwe dimensie met ICT?

 

Onstoffing versus integratie van ICT in de bestaande leerstof?

 

Wat moet er gebeuren op het vlak van eindtermen, leerplannen en schoolwerkplannen?

 

 

 

Gelijke kansen

 

Het onderwijs moet jongeren maximale kansen geven om zich in de kennismaatschappij optimaal te kunnen ontplooien. Jongeren moeten op een zinvolle en aangename manier leren omgaan met nieuwe media. Speciale aandacht dient te worden besteed aan jongeren die van thuis niet over dergelijke ICT beschikken. De potentiële kloof tussen jongeren die van thuis uit met ICT kunnen leren omgaan en over de infrastructuur beschikken, en zij die dergelijke kansen niet krijgen is echter geen probleem van het onderwijs alleen. In eenzelfde zin blijkt er zich nog vaak een kloof af te tekenen tussen meisjes en jongens inzake ICT-gebruik. Het onderwijs is wel het middel bij uitstek om er een oplossing voor te bieden. Door via eindtermen iedere leerling met ICT in contact te brengen zorgt het onderwijs ervoor dat alle leerlingen ongeacht hun afkomst een gelijkwaardige kans krijgen op de arbeidsmarkt.

 

Vragen:

 

Didactiek:

 

Hebben leerlingen gelijke kansen indien ze dezelfde informatie kunnen raadplegen op het internet? Wat is de rol van de basisvorming?

 

Biedt ICT een oplossing aan gedifferentieerd werken, op vlak van: gender, generaties, sociaal achtergestelde jongeren, …

 

Vanaf welke leeftijd dient ICT geïntegreerd te worden in het onderwijs (kleuter, lager,…)?

 

Welke mogelijkheden biedt ICT voor binnenklasdifferentiatie? Kan ICT het leerproces beter doen aansluiten op het beginniveau en het leerritme van de leerlingen? Welke voordelen biedt dit? Zijn er daaraan perverse effecten gebonden?

 

Op welke wijze kan ICT de leerbereidheid van jongeren stimuleren? (affiniteit met spelletjeswereld, communicatiemogelijkheden, ervaringsgericht leren)

 

Vaardigheden:

 

Welke basisvaardigheden zijn nodig in de informatiemaatschappij?

 

Kan de kwalificatie van via de computer (internet) verworven kennis en competenties (niet-formele leerweg) een bijdrage leveren tot een grotere kansengelijkheid? Welke partners moeten hiervoor verantwoordelijkheid opnemen/ samenwerken? Kan onderwijs hiervoor een partnerschap aangaan met cultuur, welzijn, jeugd? Kan/moet het bedrijfsleven hierin een rol opnemen? Welke middelen moeten hiervoor worden aangesproken?

 

Financieel:

 

Dient de overheid bij de verdeling van middelen te differentiëren op niveau (BO/SO, BSO/TSO/ASO/KSO)?

 

Acties:

 

Op welke wijze kan ICT succeservaringen van leerlingen stimuleren? Is het een instrument dat schoolmoeheid kan tegen gaan?

 

Op welke wijze kan afstandsleren (als formele leerweg) een grotere kansengelijkheid creëren (zieke kinderen, trekkende bevolking, deeltijds lerende jongeren, leermoeë jongeren…)? vb.: verzamelen van studiepunten gespreid in de tijd versus doorlopen van een bepaalde studieperiode.

 

Varia:

 

In welke mate en in welke zin spelen de sociale, culturele en economische factoren een rol in ICT-gebruik? Hoe komt dat? Hoe kan men dat beperken?

 

 

 

Onderwijs – Arbeidsmarkt

 

Wie tegenwoordig afstudeert dient over de nodige ICT-basisvaardigheden te beschikken om op de arbeidsmarkt aan de slag te kunnen. Daarnaast is er een duidelijk tekort aan hoogopgeleide informatici. Dit probleem kan op termijn onmiskenbaar de dynamiek van de kennismaatschappij hypothekeren. Door de samenwerking met de beroepswereld te bevorderen hoopt de overheid aan deze en andere problemen tegemoet te komen.

 

Vragen:

 

Didactiek:

 

Vanuit het constructivistisch kader dient de leerkracht zich als coach op te stellen bij het leerproces van de leerling. Is dit compatibel met de van de latere werksituatie?

 

Welke vorming dient prioritair vanuit het standpunt van de arbeidsmarkt ondersteund te worden: Computer Assisted Learning of Webbased Learning? Wat is pedagogisch verantwoord?

 

Vaardigheden:

 

Welke algemene vaardigheden moeten schoolverlaters bezitten om hun weg te vinden in de beroepenwereld?

 

In welke mate is het omgaan met ICT een sleutelvaardigheid (dus ICT als doel) die via het onderwijs moet worden verworven? Moet dit eventueel beperkt blijven tot de beroepsgerichte opleidingen?

 

Wordt ICT opgenomen in de beroepsprofielen? Op welke wijze? Is er een band met de eindtermen en de basiscompetenties?

 

Biedt ICT een meerwaarde om kennis, vaardigheden en attitudes vervat in de beroepsprofielen te verwerven? Welke rol kunnen de vooropgestelde regionale technologische centra hierin spelen?

 

Kunnen via de computer (internet) verworven kennis en competenties (niet-formele leerweg) in rekening worden genomen om de startkwalificaties van schoolverlaters vast te stellen? Hoe?

 

Acties:

 

Hoe kan het tekort aan informatici in het onderwijs worden weggewerkt?

 

Hoe moet de technologische opvoeding in het onderwijs worden ingevuld? Vanaf welk onderwijsniveau / leerjaar is technologische opvoeding aangewezen?

 

Kan ICT bijdragen tot de waardering van TSO/BSO?

 

Welke partners moeten hiervoor verantwoordelijkheid opnemen / samenwerken? Hoe kan het onderwijs met de beroepssectoren samen werken rond het uitwerken van technologische opvoeding in het onderwijs en het bepalen van de plaats van ICT in de beroepsgerichte kennis, vaardigheden en attitudes? Samenwerking tussen scholen en beroepenwereld? Welke middelen moeten hiervoor worden aangesproken?

 

Varia:

 

Welke eisen stelt de arbeidsmarkt en hoe kan de school hieraan tegemoet komen?

 

 

 

Levenslang Leren

 

Een andere belangrijke tendens is de gewijzigde verhouding tussen kennis en informatie. De beschikbaarheid van (correcte) informatie speelt meer dan ooit een rol in de kennisverwerving. De toegang tot informatiebronnen – vaak op elektronische dragers – is dan ook cruciaal voor een volwaardige participatie aan de kennismaatschappij. Maar tevens is de beschikbaarheid over metakennis vereist om informatie adequaat te selecteren en te gebruiken voor de kennisbouw. Dergelijke evoluties brengen een nood met zich mee aan permanente vorming en bijscholing. Mensen worden na hun schoolse opleiding bij- of omgeschoold. Ook het zelfstandig leren wint aan belang. De rol van het onderwijs verschuift daardoor van kennisreproductie naar het aanleren van basiscompetenties en leren leren. Dergelijke leerplatformen zullen ook de basis vormen voor een onderwijssysteem dat voldoende aandacht wil schenken aan levenslang leren. Een flexibel systeem van levenslang leren biedt ook kansen voor jongeren die om allerlei redenen het lager of secundair onderwijs vroegtijdig verlaten hebben of te weinig mogelijkheden kregen om door te stromen naar het hoger onderwijs.

 

Vragen:

 

Didactiek:

 

Hoe kunnen leermoeë leerlingen in het kader van LLL gemotiveerd worden? Welke rol kan ICT daarbij spelen? Wie is daarvoor verantwoordelijk? Welke middelen kunnen daarvoor ingezet worden?

 

In welke mate en op welke manier kan ICT bijdragen tot een verhoging van het leerbereidheid en de leermotivatie?

 

In welke mate kan of moet constructivistisch omgaan met ICT bijdragen tot het algemene en kritische basiskennisbestand van de leerlingen? Hoe kan informatie worden verwerkt tot kennis?

 

Op welke wijze kan ICT een bijdrage leveren tot het stimuleren van zelfgestuurd leren versus leren op bevel?

 

Heeft ICT een meerwaarde in het modulair aanbieden van de leerstof?

 

Vaardigheden:

 

Welke attitudes zijn noodzakelijk voor LLL (vb.: probleemoplossend denken, metacognitie)?

 

Kan de kwalificatie van via de computer (internet) verworven kennis en competenties (niet-formele leerweg) een bijdrage leveren tot levenslang leren? Op welke wijze? Eventuele valkuilen daarvan?

 

Acties:

 

Welke rol speelt ICT in modularisering? Wie? Middelen?

 

Hoe kan men de rol van ICT in het volwassenenonderwijs en in de flexibilisering van onderwijs bevorderen? vb.: afstandsonderwijs, interactief onderwijs, …

 

Hoe kan ervaringskennis gecertificeerd worden (vb.: ECDL)?

 

Hoe kan het leeraanbod beter ontsloten worden? Wie speelt daarbij een rol?

 

Op welke wijze kan ICT de motivatie tot levenslang leren stimuleren?

 

Op welke wijze kan ICT de overstap van enerzijds onderwijs, vorming en opleiding en anderzijds de arbeidsmarkt flexibiliseren?

 

Op welke wijze kan ICT de coördinatie van levenslang en levensbreed leren optimaliseren?

 

Welke partners moeten hiervoor verantwoordelijkheid opnemen / samenwerken? Kan een partnerschap tussen onderwijs, de andere formele leerwegen en de niet-formele leerwegen een meerwaarde bieden? Stappenplan? Wat kan de bijdrage ter zake zijn van het bedrijfsleven? Welke middelen moeten hiervoor worden aangesproken?

 

Varia:

 

Welke bijdrage kunnen welzijn, cultuur en jeugdwerk spelen in het LLL-debat en –beleid?

 

Hoe kan ICT ertoe bijdragen flexibele leerwegen via afstandsleren te ontwerpen?

 

Wat zijn de randvoorwaarden opdat de leefomgeving wordt leeromgeving.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

www.ond.vlaanderen.be

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Waarom ICT in het onderwijs? (1) 

 

  • Andere opvattingen over onderwijs

     

  • Betere leeruitkomsten (als aan bepaalde condities wordt voldaan)

     

  • Realiseren nieuwe leeruitkomsten (denk aan academische vaardigheden)

     

  • Flexibilisering onderwijssysteem (tijd, plaats, tempo)  

     

  VLOS 

Waarom ICT in het onderwijs? (2) 

 

  • Kan leiden tot efficiencyverbetering (met name administratieve en logistieke processen)

     

  • Leidt tot nieuwe product/marktcombinaties (o.a. life long learning; internationalisering)

     

Waarom ICT in het onderwijs? (3) 

 

  • Samenvattend:

     

    • Systeemkritiek op onderwijs onderwijsvernieuwing

       

    • Technologie maakt het mogelijk

       

      • maatwerk (leerstijl, voorkennis)

         

      • nauwere koppeling met context

         

      • Vraaggestuurd

         

      • activerend onderwijs

         

      • studentgericht onderwijs

         

      • meer samenwerkend leren

www.uu.nl à ICT+ didactiek  

WebQuest voorbereiden

Een WebQuest voorbereiden in 3 stappen

Stap 1 - Het idee

Kies een onderwerp waarover u niet tevreden waarop het op dit moment door leerlingen moet worden verwerkt en/of surf naar Engelstalige webquests om daar een idee op te doen.

  • Werktitel
    Het ontwikkelen van WebQuests is een creatief proces. Veel WebQuests hebben slimme of uitdagende titels. In dit stadium is het niet erg wanneer een pakkende titel ontbreekt. De kans is groot dat er tijdens het schrijven van de introductie of conclusie van de uiteindelijke WebQuest een goed idee voor een titel naar boven komt.
  • Leer/vormings-gebied
    Beschrijf hier globaal het leer-/vorminsgebied (vak) waarvoor de WebQuest gemaakt wordt. Natuurlijk kan een WebQuest ook vakoverstijgend van aard zijn.
  • Specifiek onderdeel
    Geef aan voor welk specifiek onderdeel binnen het bovengenoemde vak de WebQuest is.
  • WebQuest vraag/taak
    Beschrijf hier kort wat de leerling/deelnemer aan het eind van de WebQuest gedaan zal hebben. Dat kan heel divers zijn; hij/zij kan bijvoorbeeld iets verzameld, onderzocht, beschreven, ontworpen of ontdekt hebben. Essentieel is dat leerlingen/deelnemers informatie verwerken.
  • Leerdoel
    Geef hier kort de leerdoelen weer. U kunt ook teruggrijpen op de eindtermen binnen een bepaald vak.
  • Mogelijke opdrachten en rollen
    De opdracht is het uiteindelijke product van de WebQuest. Niet elke opdracht is geschikt voor een WebQuest. Cruciaal is de mate waarin leerlingen/deelnemers iets met de te vinden informatie moeten doen. De bedoeling is dat de WebQuest leerlingen/deelnemers uitdaagt om zinvolle activiteiten met informatie uit te voeren. Voorop staat dat Internet natuurlijk vooral gebruikt moet worden als het gaat om actuele informatie of anderszins niet (zo gemakkelijk) beschikbare informatie.

    De opdrachtsoorten kunnen uiteenlopend van aard zijn:

    Jounalistieke inslag: De leerling verzamelt feiten en buigt deze om tot een soort verslag. De leerling krijgt de rol van journalist.

    Mysteries: In de rol van bijvoorbeeld een rechercheur probeert de leerling een probleem te ontrafelen.

    Overtuigen: De leerling moet zijn medestudenten proberen te overtuigen van een bepaald standpunt.

    Creativiteit: Als artiest, kunstenaar, ontwerper maakt de leerling een creatief product. Bijvoorbeeld een verhaal, een gedicht, een tekening, een spel, een muziekstuk, een beeldhouwwerk.

    Samenwerken om tot overeenkomst te komen: Een groep(je) leerlingen bestudeert een onderwerp met verschillende standpunten. Samen bespreken ze de uitgangspunten en proberen ze te komen tot concensus.

    Informatie sorteren: De leerling verzamelt allerlei informatie over het onderwerp en probeert dit overzichtelijk te sorteren. Hij zal daarbij keuzes moeten maken en kunnen uitleggen waarom die keuzes zijn gemaakt.

    Analyseren: De leerling verzamelt informatie en onderzoekt overeenkomsten en verschillen, en legt de gevolgen daarvan uit.

    Zelfkennis: Door informatie van internet en uit boeken en tijdschriften te verzamelen leert de leerling zichzelf beter kennen. Dit kan zijn op het terrein van bijvoorbeeld kunstbeschouwing, maar ook op het vlak van waarden en normen.

    Wetenschappelijk onderzoek: Als bijvoorbeeld laborant onderzoekt en test de leerling bepaalde stellingen of aannames.

    Reproduceren: De leerling buigt de gevonden informatie om tot een werkstuk, een spreekbeurt, een powerpointpresentatie.

    Ontwerpen: Bij dit type opdracht wordt een product gemaakt dat ergens voor gebruikt kan worden. Dat kan een kant-en-klaar product zijn, maar ook een (actie)plan.

    Beoordelen: Hierbij wordt een set met criteria samengesteld waardoor de leerling een oordeel kan vormen over bepaalde materie. De leerling maakt een rangschikking van beoordelingscriteria en kan deze ook uitleggen.

Stap 2 - Links die u waarschijnlijk wilt gebruiken

Noem een aantal internet-sites waarvan u denkt dat ze ondersteuning aan de leerlingen/deelnemers zullen bieden bij het uitvoeren van de WebQuest vraag en noteer hoe de leerling/deelnemer de site kan gebruiken.

Kan de uitwerking van de WebQuest in voorbereiding ook zonder het gebruik van internet gedaan worden? Als u deze vraag met "ja" kunt beantwoorden is het waarschijnlijk niet zinvol een WebQuest te ontwikkelen. Maakt u wel gebruik van internet, zoek dan naar websites die interactiviteit van de leerlingen/deelnemers vragen. Zoek naar sites waarvan u weet dat de informatie informatief en up to date is.


Stap 3 -  "Ja / Nee" vragen

  • Past het onderwerp op een dusdanige manier binnen het curriculum dat het de tijd en moeite voor het ontwikkelen van de WebQuest waard is?
  • Is het niveau van de leerlingen/deelnemers voldoende om de WebQuest opdracht uit te voeren?
  • Wordt u zelf geprikkeld door een dergelijke activiteit of het idee?
  • Biedt internet een meerwaarde voor de uitwerking van de WebQuest?
  • Is het onderwerp van de WebQuest ook buiten school interessant of belangrijk?
  • Staat het antwoord op de WebQuest vraag open voor interpretatie, argumentatie of hypothese?
  • Zijn er genoeg faciliteiten binnen de school aanwezig zoals computers, internet aansluiting etc. om de opdracht uit te voeren?
  • Hebben docenten genoeg computervaardigheden, tijd etc. om de leerlingen te ondersteunen bij het uitvoeren van de WebQuest?
  • Denkt u dat er genoeg informatie op internet te vinden is over het onderwerp om de verschillende rollen / taken goed uit te kunnen voeren?
  • Als er nog andere informatiebronnen nodig zijn om de WebQuest te doen, zijn die bronnen dan binnen de school aanwezig? (bijvoorbeeld woordenboeken binnen mediatheek etc.)
Als alle bovenstaande vragen met "Ja" zijn beantwoord, bent u klaar om een goede WebQuest te ontwerpen!  www.webquest.kennisnet.nl

 

Antwoorden Stappenplan Malou

Malou Kopp 03.10.06 

1. Visie over computergebruik

Eigenlijk ben ik sowieso al vóór alle ICT-toestanden, zeker nadat ik het artikel ‘Computerachterstand leraren is onoverbrugbaar geworden’ gelezen heb.

Volgens het artikel zijn ICT-competente leraren de fundering voor de aansluiting tussen onderwijs en de digitale generatie en daar ben ik het gedeeltelijk mee eens.

Het feit dat leraren een technische achterstand hebben op leerlingen, vind ik slecht. Maar ik distantieer me hiervan. Ik ben namelijk zelf 19 jaar, heb 3 jaar informatica gehad om de middelbare school (keuzevak) en kan daarom niet bevestigen dat de situatie zoals ie in dit artikel beschreven wordt ook voor mij opgaat.

Wat houdt die achterstand in?

Ik zie dat de jeugd niet alleen ‘lekker bezig’ is met ICT, maar daar eerder geobsedeerd door is. En dan niet in positieve zin. En dan niet met school.

Ik vind niet dat wij, als leraren, mee moeten gaan met dat soort ongein. Ik vind wel dat wij voldoende moeten weten om die leerlingen wegwijs te maken in de voor school bedoelde opdrachten (dus eigenlijk de basis; Microsoft Acces, Powerpoint, Publisher, Word, Frontpage  en het werken met diverse websites), maar vind niet dat wij op de hoogte moeten zijn van msn, hyves, het (uitgebreid) maken van websites, online games, etc. Ik ben dat natuurlijk wel omdat ik zelf zo jong ben.

Wat zijn leerlingen en wat zijn leraren?

Je hebt leerlingen die inderdaad helemaal thuis zijn in de computerwereld en je hebt leerlingen van 12 t/m 19 jaar die totaal niet computertechnisch onderlegd zijn. Je hebt leraren, in mijn geval dus, van 19 jaar die misschien minder, evenveel of meer in hun macht hebben dan leerlingen.

Ik vind het lastig om hier iets over te zeggen, want het is dus per definitie niet zo dat leraren volwassenen van rond de dertig/ veertig/ vijftig zijn en dus vanwege dat punt meer zouden moeten weten. Is de reden er dat die achterstand niet te overbruggen valt, omdat er vanuit gegaan wordt dat zij ouder zijn?

Ik vind dat ik redelijk tot goed op de hoogte ben van ICT.

Er is één puntje waar ik beter in wil worden en dat is het werken met Frontpage. Digitaal is daar dus een erg handig hulpmiddel bij.

Ik vind het vermeerderen van ICT-gebruik in het onderwijs een pluspunt. Leerlingen doen zóveel op de computer dat het digitaal maken van huiswerk, opdrachten, werkstukken etc. perfect aansluit bij ‘hun ding’. Leerlingen kunnen hun opdrachten direct controleren (door zo’n automatische antwoordmodel) en het zal dus efficiënt zijn. (zie definiëring efficiënt). Een nadeel vind ik dat ik het zelf nog weinig heb gezien en dat ik me er lastig een voorstelling van kan maken, omdat er op het Ashram College waar ik nu werk een heel uur (60 minuten) in de klas gewerkt moet worden. Er staan geen computers in de klas en dus is het heel lastig om het ook daadwerkelijk te verwezenlijken. Om alle leerlingen te laten werken aan bijvoorbeeld jouw prachtig bedachte Hot Potatoes oefeningetjes is een hele klus en zal dus uiteindelijk niet efficiënt zijn, maar juist mínder doelgericht, minder doelmatig, minder functioneel, minder gericht, minder praktisch.

 

2. Ideaalbeeld over ICT 

Ik vind dus dat ICT niet de boventoon moet gaan voeren omdat dat in vele gevallen domweg niet kan. Bij speciale opdrachten, zoals bijvoorbeeld werkstukjes, kranten, poëziebundels, etc, vind ik het wel handig om een ICT-toepassing te gebruiken.

ICT in het onderwijs zou dus een hulpmiddel kunnen zijn bij het maken van opdrachten in de les, moet niet de overhand nemen, maar wel ondersteunen.

Wat is er nog niet?

Ik heb aan een leerling van het Ashram College te Alphen a/d Rijn gevraagd wat er allemaal op de site te vinden is. Hij gebruikt het intranet eigenlijk alleen voor het bekijken van de werkwijzers, maar veel meer staat er niet op. Soms, dat verschilt per vak en per docent, staat er een opdracht op (de bedoeling daarvan), maar iets op dat net maken of nakijken is niet mogelijk. I

k denk dus dat dat een punt is waar Petra en ik aan zouden kunnen werken.

Bij bijvoorbeeld het maken van een krant kunnen ze niet alleen de opdracht terugvinden op het internet, maar kunnen ze ook via internet/ die site/ dat programma te werk kunnen gaan, het opslaan en het werk van anderen bekijken.

Dit lijkt mij een relevante keuze voor ons onderwerp.

3. Meerwaarde ICT

 

De vragen uit het artikel over ICT in het onderwijs zetten mij behoorlijk aan het denken. [1]  De meerwaarde van ICT [2]

 • Via internet kunnen leerlingen op elk gewenst tijdstip, thuis of op school, leren en communiceren.

 

 

 



Pedagogische Meerwaarde ICT. “Onderwijs in de informatiemaatschappij”

[2] www.annefrank.org

 

• Via internet kunnen leerlingen op elk gewenst tijdstip, thuis of op school, leren en communiceren.  • Leerlingen kunnen informatie uitwisselen met elkaar. Bijvoorbeeld: elkaar tips geven, ervaringen uitwisselen, oproepen doen of vragen stellen.

• Dankzij internet kan een uitwisselingsproject met een andere school relatief eenvoudig tot stand komen. Met een webcam gaat het contact nog meer leven.

• Leerlingen verwerven extra ICT-vaardigheden door een eigen PowerPointpresentatie of website te maken aan de hand van de instructies met de werkwijzers.  Als uw school over een eigen website beschikt, kunt u de individuele of gezamenlijke presentaties toegankelijk maken voor ouders en verzorgers.

 

4. Wat is de meerwaarde van een webquest?

Met een webquest laat je je leerlingen niet vrijblijvend surfen op het internet, maar geef je ze in website-vorm een opdracht waarbij ze een duidelijk stappenplan moeten volgen.

Ik denk dat het een goed werkende vorm van didactiek is. 

5. Wat is de meerwaarde van onze webquest?

Onze webquest gaat onze lessen creatief ondersteunen.

 

6. Beoordelingsmodel? Ik vind het beoordelingsformulier die ze op de volgende site aanreiken heel bruikbaar. [3]

De checklist die al op onze weblog staat komt ook hier vandaan.

Ik denk dat het handig is om deze in combinatie met het DA-model van de Hogeschool Utrecht te gebruiken. Die gebruik ik al jaren en werkt prima. Het nieuwe model is iets creatiever dan het HU-model.   

7. Effectief en efficiënt?

Ik wil gaan kijken naar de webquests op de volgende sites:

 8. Beoordelen leerlingenintranet van het Ashram College (mijn leerwerkplek)

Ik wil een leerling interviewen over het gebruik van internet/ webquests op deze school. Het is mij niet gelukt om die leerling op tijd uitgebreid te spreken, dus dat volgt nog.

 

 

 

 



[1] www.ond.vlaanderen.be
Pedagogische Meerwaarde ICT. “Onderwijs in de informatiemaatschappij”

[2] www.annefrank.org

[3] www.webquest.kennisnet.nl 

Webquest voorbereiden.

 

Checklist

Voordat we daadwerkelijk onze webquest gaan ontwikkelen willen we deze checklist langs lopen:

  • Past het onderwerp op een dusdanige manier binnen het curriculum dat het de tijd en moeite voor het ontwikkelen van de WebQuest waard is?
  • Is het niveau van de leerlingen/deelnemers voldoende om de WebQuest opdracht uit te voeren?
  • Wordt u zelf geprikkeld door een dergelijke activiteit of het idee? 
  • Biedt internet een meerwaarde voor de uitwerking van de WebQuest?
  • Is het onderwerp van de WebQuest ook buiten school interessant of belangrijk?
  • Staat het antwoord op de WebQuest vraag open voor interpretatie, argumentatie of hypothese? 
  • Zijn er genoeg faciliteiten binnen de school aanwezig zoals computers, internet aansluiting etc. om de opdracht uit te voeren? 
  • Hebben docenten genoeg computervaardigheden, tijd etc. om de leerlingen te ondersteunen bij het uitvoeren van de WebQuest? 
  • Denkt u dat er genoeg informatie op internet te vinden is over het onderwerp om de verschillende rollen / taken goed uit te kunnen voeren? 
  • Als er nog andere informatiebronnen nodig zijn om de WebQuest te doen, zijn die bronnen dan binnen de school aanwezig? (bijvoorbeeld woordenboeken binnen mediatheek etc.)
Wanneer de meeste bovenstaande vragen beantwoord zijn met ´ja´, kan ik de webquest gaan ontwikkelen.

 

 

College 28 september

Toevoeging op ons stappenplan:

- beoordelen van een ICT toepassing naar keuze (website, sharepoint, etc.)

28 september

We hebben twee weken stil gestaan, omdat Petra een week mee was op werkweek met haar school en omdat Malou de week erna ziek was, dus we hebben wat in te halen!

 

 Concrete stappen die we gaan ondernemen:

  1. Formuleer individueel je mening over ICT, communicatie en onderwijs op basis van wat je gelezen hebt.
  2. Wat is ons ideaalbeeld over hoe we ICT in het onderwijs willen zien? Wat is er nog niet en vinden wij van essentieel belang? Dit kan ons onderwerp worden.
  3. Wat is de meerwaarde van ICT-gebruik in het onderwijs?
  4. Wat is de meerwaarde van een webquest? 
  5. Wat is de meerwaarde van onze webquest?
  6. Hoe gaat ons beoordelingsmodel eruit zien? We letten op gebruiksvriendelijkheid en toepasbaarheid in het onderwijs. We vergelijken hierbij bestaande beoordelingsmodellen en bekijken in hoeverre we deze willen gebruiken.
  7. Hoe kunnen wij efficiënt en effectief een webquest ontwikkelen? We definiëren hierbij de woorden efficiënt en effectief.

In de loop van ons onderzoek zullen er nog meer stappen / vragen komen, dit vullen we dan aan.

Plan van Aanpak

7 september 2006 

Malou Kopp

Petra de Vries

Weblog: http://digi-taal.blogse.nl 
 

Opdrachtgever: Bureau Femke Boesenkool, ontwerpen nieuwe onderwijsmethoden.  
 

(2en) Herformuleren opdracht: 

Aanpak:

  1. Biedt ons onderwerp meerwaarde als webquest? (verantwoording)
  2. Onderzoek doen naar welke ICT toepassingen bruikbaar zijn, of niet. Welke ontwerpmethoden (DA, op internet zoeken) en ontwerpeisen voor de webquest vinden wij bruikbaar? Wat doen wij anders en wat vinden wij goed?
  3. We gaan het intranet van de leerlingen van het Ashram College te Alphen a/d Rijn analyseren. Is het een overzichtelijk programma en kunnen de leerlingen er gemakkelijk mee werken?

    Daarbij willen we een bestaande webquest analyseren. De doelgroep van deze webquest zal onder het 2e graads vakgebied vallen.  

Petra zoekt boek van Frank Oomkes op.


 

Uiteindelijk:

(1) Is deze webquest geschikt voor het Ashram College? Kan ik het dit jaar nog gebruiken? 

  • 1e jaar MBO / 3e jaar Havo …
  • Visie op computergebruik
  • Leren communiceren H6.

 

(1) Formuleer je mening over ICT, communicatie en onderwijs op basis van wat je gelezen hebt + op weblog zetten.